Prins Robert 1e

Prins Robert 1e en Adjudant Leo

Prins Robert, Adjudant Leo en de hofdames.

Ik, Prins Robert de Eerste, Vorst van het Nölerrijk,
Vader en beschermheer van dochter Anouck,
Gekozen bij de gunst van de President en de Raad van Elf.

Ik proclameer dat;

  1. Dat er ondanks de kredietcrisis en gebrek aan poen, we het er niet minder om zullen doen.
  2. Dat hoe Mexicaans de griep ook mag zijn, het vocht gehalte op peil moet zijn.
  3. Dat we dit jaar het carnaval op het Geldershof voor de 33ste keer gaan vieren om de mensen te plezieren.
  4. Dat na jaren van proberen, het boerenbal terug zal keren.
  5. Dat alle kinderen groot en klein, in grote getale in de optocht aanwezig zullen zijn.
  6. Omdat onze vrienden nu niet weten wat ze zien, krijgen wij voor zwijgen een dikke tien.
  7. Met Maurich en zijn mensen staan wij niet droog,
    Zij Leve Hoog!
    Zij Leve Hoog!
  8. Met de Zuurprumkes op mijn CV, kan ik bij de Nölers nog heel lang mee.
  9. Wees vrolijk en blij, want na vier dagen carnaval is het allemaal weer voorbij.
  10. Dat Theothorne onze burcht is voor een jaar, dus vul de glazen en feesten maar.
  11. Dat wij Prins Robert de Eerste en Adjudant Leo en alle carnevallisten er een groot feest van maken, met ons motte:

Niks mot alles mag!